Vrijdag 27 januari 2012

Ik zit op de bank. Iedereen naar school. Ik werk. Laptop op schoot. Ik hoor mensen al zeggen: ‘Dat is toch geen werken.’ Dat is het wel. Werken in de moderne tijd. Laptop, internetverbinding en telefoon zijn voldoende. Laat ik stellen dat het aardig is. Voor een tijdje. Ik wil tussen de mensen zijn. Werk graag samen.

Het is een rustige dag. Na het avondeten loop ik met Yvonne naar Bruna. Kijken of Frank er is. Hij is er niet. Daarna naar lunchroom Het Bruisend Hart. Kopje koffie drinken en praten over zondag. De eerste ‘Lunch voor KanjerGuusje’. Om 1 uur zal ik samen met Yvonne en kinderen aanschuiven. Ik zal ook boeken meenemen. Volgens eigenaar Mario zijn er mensen ge├»nteresseerd in een gesigneerd exemplaar.

Morgenmiddag signeren in Nijmegen. Ik kijk er naar uit. Vorige week fijne ontmoetingen in Leiden. Hoop dat morgen ook mooi wordt. Ik vind het prettig tijd te besteden aan het boek over Guusje. Ik weet dat er mensen zijn die vinden dat ik minder tijd moet steken in mijn boek. Ze vinden dat ik meer tijd moet besteden aan onze andere kinderen. Wat doe ik? Ik volg mijn hart. Ingegeven door het volgende verhaal.

Op een dag gingen vader en zijn zoon op reis. Vader gaf er zelf de voorkeur aan te lopen en zette zijn zoon op de rug van de ezel. Zo gingen zij op weg tot zij een paar mensen tegenkwamen die zeiden: Zie daar de wereld op zijn kop. De jeugd heeft geen respect meer voor de ouderdom. Die gezonde jongen rijdt op een ezel, terwijl zijn arme, vermoeide vader nauwelijks vooruit komt.

Toen de jongen dit hoorde stond hem het schaamrood op de kaken.
Hij stapte af en stond erop dat zijn vader verder zou rijden. Zo liepen ze voort, vader op de ezel en de jongen te voet. Even later kwamen ze weer mensen tegen die zeiden: Moet je dat zien! Wat een ontaarde vader, die zelf lekker op de ezel zit en zijn kind laat lopen.

Na dit verwijt draaide de vader zich naar zijn zoon en zei: Kom, dan zullen we samen op de ezel rijden.
Zo vervolgden ze hun weg, tot zij mensen tegenkwamen die zeiden: Kijk, dat arme beest! Zijn rug zakt door onder het gewicht van hen beiden, wat een dierenbeulen!

Daarop zei vader tot zijn zoon: Laten we afstappen. Het is beter dat we allebei te voet gaan, dan kan niemand ons nog verwijten maken.
Zo liepen ze verder achter hun ezel. Tot een stel voorbijgangers wederom commentaar leverde: Zie wat voor dwazen er op de wereld zijn. Ze lopen in de brandende zon en geen van beiden denkt eraan op de ezel te gaan zitten.

Vader draaide zich om naar zijn zoon en zei: Je hebt het gezien, mijn zoon. Hoe je je ook gedraagt, op en aanmerkingen zullen er altijd zijn in overvloed. Volg daarom altijd wat je eigen hart je ingeeft.