Vrijdag 14 december 2012

Ik voel me gelukkig weer een stuk beter dan gisteren. Op vrijdag werk ik niet, maar voor vanmiddag staat er wel een telefonische vergadering op het programma. De rest van de dag ben ik vrij. De ochtend begint met twee lange telefoongesprekken. Een ervan gaat over KanjerGuusje. Ik vertel over verschillende scholen waar actie gevoerd wordt om geld in te zamelen rond Kerstmis. Op twee ervan heb ik mijn verhaal verteld. Vandaag ontvang ik een e-mail van de Wethouder van Eupenschool waarin staat dat ze het boek KanjerGuusje aanschaffen voor de bovenbouw, zodat de leerlingen zelf het boek kunnen lezen.

Om half 11 wordt er aangebeld. Het is Wilma. We hebben al maanden contact via Facebook. We drinken samen koffie. Ik kende haar broer Geert. Deze was net zo oud als ik. Geert overleed twee├źntwintig jaar geleden bij een verkeersongeval. Vroeger dacht ik dat de wijze van overlijden grote invloed heeft op het rouwproces. Ik begin me steeds meer af te vragen hoe groot die invloed is. Tijdens het gesprek hoor ik vooral overeenkomsten tussen Wilma en onze kinderen. Wilma verloor haar broer. Onze kinderen hun zus. Ze delen het missen. Niet meer samen kunnen praten, lachen, huilen, schreeuwen, delen. Gevoel van machteloosheid.

De middag vul ik met werken en een bezoekje aan Groenrijk. Yvonne wil graag een nieuwe ster op onze grote kerstboom. Vorig jaar lieten we twee kleine boompjes bezorgen. Toen hadden we geen fut voor onze grote boom. Leefden we in een roes. Verdoofd door de klap van Guusjes dood. Die verdoving is uitgewerkt. De werkelijkheid harder. Zo voelt het. Ook dit jaar hadden we geen trek in de grote boom, maar onze kinderen drongen erop aan. Fijn dat ze dit deden. Yvonne en ik zijn het eens: het voelt goed dat we dit jaar de grote boom weer hebben geplaatst. Twee meter lang met gekleurde lampjes, slingers en ballen.

Aan het eind van de middag wordt er voor Janneke een tweedehands televisie bezorgd. Even later komt Janneke thuis. Ze is er blij mee. Ze is vrolijk. Zo te zien bevalt het op kamers wonen goed. Ik zie graag dat onze kinderen goed in hun vel zitten. Voor mij gevoel van rijkdom.

Loes gaat elke vrijdagavond naar scouting. Vandaag gaat ze met haar groep zwemmen. Om 9 uur haal ik haar op bij het zwembad. Ze oogt moe. Op de terugweg naar huis kijkt Loes schuin omhoog naar een ster aan de donkere hemel: ‘Guusje reist met ons mee, papa.’ Ik geniet van haar praatjes.

‘Als ik later groot ben, dan hoop ik dat er een teletijdmachine is.’
‘Ga je dan vooruit of terug in de tijd?’
‘Ik ga terug. Toen Guusje nog leefde.’
‘En wat ga je dan doen?’
‘Dan ben ik arts en dan maak ik haar beter.’
‘Maar als er nou geen teletijdmachine is, word je dan ook arts?’
‘Ik denk het wel.’
‘En wie ga je dan genezen?’
‘Andere kindjes. Die net zo ziek zijn als Guusje was.’