Zaterdag 13 oktober 2012

‘Hoe is het?’
‘Ik heb slecht geslapen.’
‘Hoe komt het?’
‘Ik mis Guusje.’
‘Ik ook.’

Twee dagen voordat Guusje overleed, ontving ik een bericht via Twittter. Een priv├ębericht dat luidde ‘en nu veel foto’s maken’. Ik was verrast. Ik had Guusje toestemming gegeven om te sterven en dan raadt iemand mij aan foto’s van haar te maken. Het bericht was afkomstig van een vader die zijn zoon aan kanker had verloren. Daarom nam ik zijn woorden serieus. Ik maakte rondom het overlijden van Guusje veel foto’s met mijn telefoon. Deze kijk ik nog vaak. De beelden zijn me dierbaar. Vooral de foto waarop ze net is overleden. Wat een rust. Wat een bevrijding.

Later heb ik me vaak afgevraagd wie die vader was. Ik heb wel een vermoeden, maar weet het niet zeker. Ik denk aan Pim. Hij is de vader van Daan. Zijn zoon overleed aan een hersentumor. Vandaag is het de vijfde geboortedag van Daan. Ik stuur Pim een priv├ębericht met de vraag of hij inderdaad de gouden tipgever was. Twee uur later bevestigt hij mijn vermoeden. Ik geef aan dat ik hem enorm dankbaar ben. Hij geeft aan dat hij weet wat foto’s voor hem betekenen en dat hij het daarom gezegd heeft.

Loes geeft vanmiddag het geld van haar verjaardag uit bij Toys XL in Breda. Yvonne en ik doen inkopen bij IKEA. Daarna drinken we koffie in een lunchroom. Hier zaten we vijf jaar geleden ook. Ik heb een oude telefoon. Hierop vind ik een filmpje en een foto van toen. Onze vier oudste kinderen wilden die middag niet mee. Om te laten zien wat ze misten, maakte ik in Waalwijk een foto van Loes en Guusje die oliebollen eten. Later in Breda een filmpje waarop onze jongste dochters genieten van poffertjes. Ik herinner me dat de vier oudsten ‘not amused’ waren bij het zien van die beelden.



Bij IKEA hebben we rode hoezen gekocht voor onze banken. Ik weet dat we vorig jaar de huidige blauwe bekleding hadden aangeschaft. Ik pak het boek en lees verwonderd dat ik een jaar geleden met Guusje bij IKEA in Amsterdam was. Daar kochten we die blauwe hoezen. Precies een jaar geleden. Ik zie ons nog samen lopen. Zij in de rolstoel. Haar pruik op. Zorgen voor haar. Wat deed ik het graag.