Meestal eten we bij onze
tenten. Toch hoort een keer uit eten er ook bij. Op onze camping is een mooi
terras. Het is er niet druk. Enkele kleine gezelschappen en twee grote groepen.
Alleen de tafeltjes zijn klein. Geschikt voor slechts vier personen. We
schuiven daarom twee tafeltjes tegen elkaar. De serveerster meldt dat
dat niet is toegestaan. Wij wijzen naar de andere groepen. Die hebben, zo legt
zij uit, wel de stoelen verplaatst, maar niet de tafeltjes. De tafels zijn het
probleem. Ik leg uit dat wij één gezin zijn. Wij eten graag samen aan een
tafel. Dat mag niet. Eten mag. Tafels verplaatsen niet. Ik
begrijp het niet. Verderop zit een grote groep mannen bier te drinken. Tien
stoelen rondom één tafel plaatsen is geen probleem. Twee tafeltjes tegen elkaar
wel. Ik wil niet opgeven, maar zelfs de manager wil ons niet tegemoet komen: regels zijn regels. Ik ben boos. Eerst wordt me op Playa Montroig
geld afgetroggeld voor een slechte internetverbinding en nu mag ik hier niet
met mijn gezin op een terras samen aan een tafel eten. Omdat we onze avond niet
laten bederven, zoeken we een ander restaurant. Dat vinden we net buiten de camping.
We eten er heerlijk. Het is gezellig. We lachen samen.
Yvonne en ik zijn
veranderd door Guusjes dood. Zo kan het gebeuren dat ik mijn vrouw plotseling
in tranen zie. Momenten van gemis. Ze komen voorbij. Vaak meerdere keren op een
dag. Samen maken we ons zorgen over de kinderen. Hoe ervaren zij het verlies
van hun zusje? Ook zij missen haar. We willen dat het gemis geen obstakel
wordt. Niet in de toekomst. Aan de buitenkant zien we gewone kinderen.
Janneke en Loes zitten samen te kleuren. Hans leest een boek. Anton speelt met
een bal. Lisa luiert in de hangmat. Door het overlijden van Guusje zijn zij
geconfronteerd met hun eigen sterfelijkheid. Yvonne en ik merken dat veel mensen zich weinig
comfortabel voelen bij het overlijden. In onze samenleving is dood een taboe.
Waarom moet Guusjes dood steeds worden herkauwd? Probeer te leven. Dat doen ze.
En Guusje maakt daar onderdeel van uit. Ze leven verder zonder hun zusje.
Ik lees het boek ‘Verder zonder jou’ van Daan Westerink. Hierin interviewt Daan jonge mensen die
geconfronteerd zijn met verlies van broer, zus, vader of moeder. Wat gaat er om
in het hoofd van de jongeren? Hoe ervaren zij de dood van hun dierbaren? Dit
boek zou iedereen moeten lezen die met jongeren werkt. Elk interview eindigt
met een aantal persoonlijke adviezen voor de lezers. Het boek sluit af met
algemene ‘zilveren tips’ onder het motto: spreken is zilver, zwijgen is fout.




